Arbeidsongeschiktheid Alles over arbeidsongeschiktheid

Ongeval - Loondienst

Een bedrijfsongeval

Regelmatig hoort u op het nieuws over bedrijfsongevallen, zoals bij de uitbreiding van het voetbalstadion van FC Twente of de gedeelte instorting van de bouw van appartementen in Rotterdam. Hierbij waren niet alleen zwaargewonden maar er kwamen ook mensen om het leven. Er zijn duizenden grote en kleine bedrijfsongevallen waarbij werknemers en ZZp-ers die door het bedrijf zijn ingehuurd die letselschade oplopen waardoor zij langdurig arbeidsongeschikt worden en in veel gevallen met beperkingen verder moeten leven.

Op de werkgever rust de zorgplicht voor een veilige werkomgeving.

De werkgever heeft allereerst de zorgplicht om ervoor te zorgen dat de werkplek veilig is, onder de werkplek valt alles wat daar mee samenhangt alle ruimtes of de omgeving waar de arbeid verricht wordt dient zo veilig mogelijk te zijn en ook de werktuigen en gereedschappen moet aan de eisen voldoen, waardoor de kans op ongevallen zoveel mogelijk wordt voorkomen. Ook moeten er opleidingen en voorschriften zijn waaraan werknemers zich dienen te houden om ervoor te zorgen dat de veiligheid en de gezondheid van de werknemers binnen het bedrijf zoveel mogelijk gewaarborgd wordt. Ook dienen er technische veiligheidsmaatregelen genomen te worden waarvan er een aantal omschreven zijn in de ARBO wet, om te voorkomen dat men door onachtzaamheid letsel oploopt.

Verkeersongevallen

Voor alle verkeersongevallen waarbij men beroepsmatig onderweg is, is de zorgplicht van de werkgever onverkort van toepassing. Bij vrachtwagenchauffeurs moge dit misschien duidelijk zijn, echter als verkeersbewegingen die de werknemer maakt ongeacht of hij nu voetganger is of dat hij een motorrijtuig bestuurd de zorgplicht en de aansprakelijkheid blijft hier onverkort van toepassing. Hierbij is het niet van belang wie de eigenaar van het eventuele vervoermiddel is als er een ongeluk gebeurd en ook niet wie er aansprakelijk is voor het ongeval er geldt hier een extra aansprakelijkheid voor de werkgever.

Bij woon-werkverkeer is het zo dat zodra er van de vaste route wordt afgeweken in het kader van de beroepsuitoefening of men neemt op verzoek van de werkgever een collega mee dat dan ook de werkgever aansprakelijk is als er door welke reden dan ook een ongeluk gebeurd en de werknemer loopt letselschade op waardoor hij wel of niet arbeidsongeschikt wordt.

Personeelsuitjes

Ook bij personeels-uitjes die onder werktijd plaatsvinden en waarbij het karakter niet geheel vrijblijvend is blijf de werkgever aansprakelijk, voor zover de activiteiten plaatsvinden binnen een bepaald programma. Dus als het programma afgelopen is en enkele werknemers gaan hierna nog wat verder ondernemen dan valt deze situatie niet onder de zorgplicht van de werkgever.

Arbeidsinspectie en Arbo wetgeving.

Indien de werkgever de voorschriften en bepalingen van de arbeidsinspectie niet of onvoldoende naleeft dan kan hij onmogelijk onderbouwen dat hij aan zijn zorgplicht als goed werkgever heeft voldaan. Ook is het zo dat de Arbo wet vaak minimale verplichtingen oplegt zodat het met succes beroepen op het naleven van de arbo wet niet automatisch inhoudt dat de werkgever zijn aansprakelijkheid kan verminderen immers een goed zorgplicht voor de werknemer gaat veel verder als de bepalingen van de Arbeidsinspectie en de Arbowet.

Beroepsziektes

Bij het bekend zijn van de risico's op beroepsziekte dient de werkgever de werknemer te informeren omtrent zijn zorgplicht om de beroepsziektes zoveel mogelijk te voorkomen. Of dit nu het werken is met gevaarlijke stoffen of het feit dat de werknemer bij langdurig werken met een computer RSI verschijnselen oploopt. De melding van een beroepsziekte dient bij openbaring door een bedrijfsarts te worden geconstateerd en deze moet ook gemeld worden bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten.

Bewijslast

De werknemer moet de schade die hij lijdt bewijzen, echter bij het aantonen van de aansprakelijkheid geld hier de omgekeerde bewijslast, de werkgever moet bewijzen dat hem geen enkel verwijt treft of dat de schade niet het gevolg is van het handelen of nalaten van de werkgever. Wanneer echter blijkt dat de werknemer roekeloos heeft gehandeld en bewust zonder aandrang van de werkgever of zijn leidinggevende de veiligheidsvoorschriften dan wel technisch beveiligingen buiten werking heeft gesteld dan kan er door de werkgever een beroep doen op roekeloosheid of opzet en dan krijgt de werknemer zijn schade niet vergoed. In alle andere gevallen waarbij er sprake is van gedeeltelijke roekeloosheid maar de werkgever ook gedeeltelijk aansprakelijk is dan blijft de werkgever gehouden om 100% van de schade uit te keren. Het is dus alles of niets.

Ingeleende arbeidskrachten (ZZP ers)

Ingeleende werknemers de onder strikte leiding van de opdrachtgever hun werkzaamheden uitvoeren hebben dezelfde aanspraken als eigen personeelsleden van de werkgever als het gaat om het verhalen van letselschade en de daar mee gepaard gaande inkomstenderving bij arbeidsongeschiktheid ten gevolge van een bedrijfsongeval. Bij een ZZP er wordt de vastgestelde schadevergoeding verminderd met een eventuele uitkering van een specifieke verzekering in dit geval een arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Verjaring van aanspraken bij bedrijfsongevallen.

Een vordering tot schadevergoeding wegen letsel of arbeidsongeschiktheid heeft een verjaringstermijn van 5 jaar. Deze loopt vanaf het moment dat men bekend is geworden met de schade en met degene die voor die schade mogelijkerwijs aansprakelijk kan worden gehouden. In geval van beroepsziekte zijn vage klachten geen constatering maar slechts een indicatie pas nadat een bedrijfsarts heeft geoordeeld dat er sprake is van een beroepsziekte gaat het verjaringstermijn in.

Verjaringstermijn van 30 jaar.

Bij het werken met gevaarlijke stoffen geldt een verjaringstermijn van 30 jaar, wanneer de oorzaak van de schade zich vindt in het langdurig werken met deze gevaarlijke stoffen dan gaat de verjaringstermijn pas lopen vanaf de laatste gebeurtenis.

Welke verzekering dekt de schade en is er een verzekeringsplicht?

Alleen bij het gebruik maken van motorvoertuigen is er een wettelijke verzekeringsplicht en kan het slachtoffer eventueel rechtstreek zijn schade vorderen van de verzekeringsmaatschappij. Verder bestaat er geen wettelijk verzekeringsplicht en is het slachtoffer afhankelijk van de financiële draagkracht van in dit geval zijn werkgever .Bij kleine ondernemingen kan het voorkomen dat de onderneming failliet gaat en het slachtoffer zijn schadevergoeding niet volledig uitbetaald krijgt. De werkgever kan in dat geval een bepaalde bescherming genieten van zijn besloten vennootschap, echter als hij doelbewust zijn plichten verzaakt heeft , omdat hij hierdoor meer productie kon maken dan kan hij ook te maken met een strafprocedure en wordt hij ook als privé persoon aangesproken in zulke gevallen kan als het hier komt tot een veroordeling ook een vordering tegen de werkgever in privé ingesteld worden. Het is dus in sommige gevallen nuttig dat men bij de werkgever informeert of hij is verzekerd.

Onderstaand hebben wij de belangrijkste oorzaken van bedrijfsongevallen op een rijtje gezet.

Werken op hoogte

Het meest voorkomende type bedrijfsongeval is vallen als men op hoogte werkt. Werken op hoogte schept dus werkomstandigheden waarbij het risico op bedrijfsongevallen relatief hoog is. Gedacht kan worden aan ongevallen waarbij men tijdens het werk op daken komt, in de onmiddellijke nabijheid komt van randen van verdiepingsvloeren, balkons en werkbordessen. Een voorbeeld werken op steigers, een trap of een helling. Wanneer dit type bedrijfsongeval voorkomt, is het letsel vaak serieus: 34 % van alle ernstige bedrijfsongevallen komt voort uit vallen.

De werkgever is verplicht om op plaatsen waar gevaar bestaat voor vallen, een veilige steiger, stelling, bordes of werkvloer aan te brengen. Valgevaar moet verder worden voorkomen door hekwerken en leuningen. In sommige gevallen kan er een vangnet worden geplaatst. Het gebruik van een ladder als werkplek is slechts onder voorwaarden toegestaan. De opbouw, het afbreken en het ingrijpend wijzigen van een steiger mag alleen worden gedaan door werknemers met een specifieke opleiding en onder leiding van een deskundig en bevoegd persoon. Het risico op ongevallen moet zo goed mogelijk geminimaliseerd zijn.

Uitglijden of struikelen

Situaties waarin men uitglijdt of struikelt zijn eenvoudig voor te stellen. Zij kunnen ook in elke werksituaties voorkomen en ook dit is een bedrijfsongeval. De oorzaken zijn eenvoudig voor te stellen: een gladde vloer of trap, gladde schoenen of een combinatie hiervan, rondslingerende voorwerpen, oneffenheden in de vloer, kabels of gewoon een misstap.

In de werksituatie heeft de werkgever een zorgplicht om maatregelen te treffen om te voorkomen dat de werknemer uitglijdt of struikelt. Hij dient te zorgen voor een stroeve vloer althans een vloer die niet glad is - of antislipschoenen, hij dient actie te nemen om de werkruimte vrij van obstakels te houden, waartoe hij instructies dient te geven en daar toezicht op moet houden.

Vallende objecten

In bredere zin denken we hier aan ongevallen waarbij het slachtoffer werkt met, of tijdens het werk in de directe nabijheid is van voorwerpen die tegen je aan kunnen rollen, schuiven of glijden. Voorbeelden zijn: losse materialen, zoals (gestapelde) pallets,, staven, pijpen, containers, dozen, vaten, stenen, zand of andere losse materialen.

De werkgever is verantwoordelijk om maatregelen te treffen om voorwerpen vast te zetten of te zekeren, hij dient er voor te zorgen dat de werknemer zich op een veilige werkplek bevindt, dat er voldoende controle over verplaatsing of beweging van voorwerpen is, dat er een goede en stevige plek is voor het plaatsen van voorwerpen, dat werknemers veiligheidshelmen of schoenen dragen, etc.

Bewegende delen machines

Een grote categorie bedrijfsongevallen betreft ongevallen die plaats vinden wanneer het men met een machine werkt " of in de directe nabijheid daarvan " en waarbij hij door de bewegende delen van die machine letsel oploopt. We hebben het dan over machines voor het bewerken en verwerken van materialen (zoals draaibanken, boormachines, zaagmachines, snijmachines, persen), machines voor oppervlaktebehandeling (schaven, schuren, reinigen), voor assemblage, voor vullen of verpakken, voor transporteren (transportbanden bijvoorbeeld), grondbewerking- en landbouwmachines, pompen, ventilatoren, compressoren, etc. Dergelijke bedrijfsongevallen leiden heel vaak tot een vorm van blijvend letsel, met name amputaties.

Uit onderzoek is gebleken dat bij 30% van bedrijfsongevallen met machines de afscherming ontbreekt, bij 29% is deze wel aanwezig maar onvoldoende, bij 13% is de afscherming verwijderd of gedeactiveerd en bij 9% van dit soort bedrijfsongevallen is de afscherming door het slachtoffer bewust weggehaald omzeild. Vaak gebeurd dit om het productie niveau omhoog te brengen.

Er gelden vanuit de overheid veel voorschriften die betrekking hebben op de veiligheid voor werknemers die werken met machines. Het betreft voorschriften voor machinebeveiliging (fysieke afscherming, automatische afslagsystemen e.d.), keuring en onderhoud van machines, voldoende informatieverstrekking aan en opleiding van de werknemers, inrichting van de werkplaats. Alsmede instructies en een VCA opleiding.

Werken met heftrucks

Het onvoldoende kijken bij het achteruitrijden blijkt de hoofdoorzaak van een enorme aantal ongelukken met hef- en magazijntrucks. Ook beknellingen komen voor en veel vingers, enkels en voeten zijn blijvend verminkt als gevolg van aanrijdingen,schuivende lading of ledematen die niet binnenboord worden gehouden. De het is de verantwoordelijkheid t van de werkgever om dit type bedrijfsongeval te voorkomen dit bestaat er onder meer uit dat hij alleen heftruckchauffeurs mag inzetten die een opleiding hebben gevolgd, verder dient de heftruck goed onderhouden te zijn en de werkplek dient veilig te zijn ingericht (scheiding heftrucks- van voetgangerszones, voldoende manoeuvreerruimte, goed uitzicht) ook dient hij te zorgen voor geluids-signalering, snelheidsbegrenzing en achteruitkijkspiegel.

Explosies

Bedrijfsongevallen met explosies kunnen zich voordoen wanneer men werkt met apparaten, toestellen en voorwerpen die onder druk kunnen staan, wanneer het slachtoffer werkt met explosiegevaarlijke stoffen of zich tijdens het werk in de directe nabijheid hiervan bevindt. Bij dit soort gevaarlijke stoffen kunnen we denken aan hete vloeistoffen, biologische, radioactieve, giftige, bijtende of irriterende stoffen, etc.

Uiteraard heeft de werkgever de zorgplicht voor geschikte apparatuur, voldoende onderricht en instructie van zijn werknemers om met deze apparatuur en stoffen om te kunnen gaan, het zorgen van afscheiding tussen ontstekingsbron en explosief mengsel, de aanwezigheid van plannen en procedures om het ontstaan van onveilige explosieve situaties te voorkomen.

Verkeersongevallen in het werk

Verkeersongevallen is ook een van de grootse oorzaken categorie bedrijfsongevallen bestaat uit verkeersongelukken die werknemers overkomen in de uitvoering van de werkzaamheden. Aan het gemotoriseerd verkeer zijn immers door velen met grote regelmaat gelopen risico's van ongevallen verbonden en voor werknemers is dit niet anders.

De wettelijke zorgplicht van de werkgever ziet op de veiligheid van de werkomgeving van de werknemer en van de te gebruiken werktuigen. De werkgever die de werknemer met een bedrijfsauto laat werken, heeft zo de verplichting om te zorgen dat de auto voldoende veilig is in het verkeer.

Toch vinden de meeste verkeersongevallen niet hun oorzaak in een onveilige auto, maar in het verkeersgedrag of buiten iemands schuld liggende omstandigheden.Wanneer de werknemer zijn privé-auto dan wel gebruikt de werknemer zijn privé-auto als hij een opdracht van zijn baas een opdracht uitvoert of een boodschap voor de baas doet.

De rechter houdt de werkgever bij dit soort verkeersongevallen aansprakelijk op grond van het goed werkgeversschap. Zo is vaste rechtspraak dat de werkgever gehouden is te zorgen voor een behoorlijke verzekering van werknemers wier werkzaamheden ertoe kunnen leiden dat zij als bestuurder van een motorvoertuig betrokken raken bij een verkeersongeval. Zowel bij het gebruik van een bedrijfsauto als een privé-auto. Heeft de werkgever hier niet voor gezorgd, dan is hij aansprakelijk voor de niet vergoede schade.